Zeldzame munt Hendrik van Brederode

2016

Ergens in de buurt van Waalwijk is een unieke munt gevonden. Het gaat om een Sint Jansgoudgulden uit ongeveer 1550. Hilderik van Schaik uit Vlissingen vond zijn ‘schat’ met een metaaldetector. De Vlissingse huisarts wil niet zeggen waar hij zijn vondst heeft gedaan. Volgens kenners is de zeldzame gouden gulden minstens tienduizend euro waard.

Sint-Jansgoudgulden
Huisarts Hilderik van Schaik vond de zeldzame munt uit de zestiende eeuw in Waalwijk. Het bleek een zogeheten Sint-Jansgoudgulden. Die werd tegen de regels in geslagen voor edelman Hendrick van Brederode (1531-1568).

Op tafel
"Ik had niet gelijk in de gaten dat het om een hele zeldzame munt ging", zegt Van Schaik. "Dat duurde wel een paar dagen. In de tussentijd lag de munt gewoon op tafel en op mijn bureau."

Florijn
Van Schaik ging op internet zoeken naar de munt, maar kwam in eerste instantie niet meer te weten dan dat het om een goudgulden ging, ook bekend als florijn. Uiteindelijk bleek de munt erg zeldzaam te zijn. "De conservator van het Teylersmuseum in Haarlem wist uiteindelijk te achterhalen waar de munt vandaan komt", vervolgt Van Schaik. "De andere bekende munt werd indertijd gekocht door de Nederlandse bank voor 16.000 gulden."

Kluis
De munt zou in een kluis terecht zijn gekomen als Van Schaik hem had gehouden. "Dat vond ik zonde, want dan kun je er niet naar kijken. Ik hoopte eigenlijk dat een museum de munt zou kopen om hem tentoon te kunnen stellen. Nu is de munt in privébezit, beter dan bij mij", besluit Van Schaik.

Amerikaan
De koper is een anonieme rijke Amerikaan. Hij kocht de munt voor 25.000 euro. Die heeft Nederlandse voorouders en verzamelt bijzondere Nederlandse munten. De munt staat nergens in de boeken omdat hij zo zeldzaam is.

 

     St. Jansgoudgulden z.j. van Hendrik van Brederode (1556-1568)
Staande heilige Johannes de Doper met het Lam Gods op de arm en met everzwijnskop tussen de voeten
Omschrift voorzijde: HEN: DO: D – BRE: LI: D: VI.
Keerzijde: kort leliekruis met in de cantons de wapentjes van Brederode, Mark, Vianen en Ameide-Nieuwenaar
✠ MONETA: NOVA: AVREA: VIAN.
 

Delm. 832; vdCh. 40.8; Fr. 205 (321). 3.30 g. RRRR. Met Zeeuwse klop A 27 (2 var). Als zodanig UNIEK. Het stuk zelf is vanaf 1880 nooit door ons verhandeld! In combinatie met de klop zondermeer een 'highlight' binnen het vaderlandse numismatisch spectrum. NUMIS aanmeldnummer: 1129521. Zeer fraai +. Taxatie: € 20.000,- - Opbrengst: € 25.000,- (excl. 20% opgeld). 

 
De klop van 1573/1574 vormt een uiterst boeiend discussiepunt binnen de vaderlandse numismatiek. Het is de verdienste van Mr. Ernst Polak geweest dat er meer duidelijkheid gekomen is met betrekking tot de achtergronden van het ‘kloppen’ van munten in de gewesten Holland en Zeeland in deze periode. Het stempelen binnen het gewest Holland werd voorgeschreven door middel van het plakkaat van 7 februari 1573. Het verloop van de regeling in Zeeland, waarover slechts fragmentarisch gegevens gevonden zijn, is heel wat minder duidelijk. Door middel van het aanbrengen van de klop werd de ‘waarde’ van elke afzonderlijke munt verhoogd. Het verschil in waarde diende door de inbrenger van de munten betaald te worden. Zo mochten bijvoorbeeld de veel voorkomende Rijksdaalders met een waarde van 32 Stuivers na instempeling en betaling van 4 Stuivers voor 36 Stuivers worden uitgegeven. Op deze wijze werd een niet onbelangrijk bedrag voor de oorlogvoering bijeengebracht. Alleen in de eerste maanden werd in de steden van het Noorderkwartier een som van 21.000 gulden bijeengebracht. Dit wijst op een opbrengst voor het gehele land van minstens het tiendubbele
Het kloppen werd voortgezet tot een flink eind in 1574. Van terugbetaling van de ‘lening’ is niets meer gekomen, omdat de oorlogsomstandigheden de gehoopte terugkeer van de oude koersen onmogelijk maakte.

Voor het gewest Holland beschreef Polak twee verschillende typen stempels. Het is tot heden niet gelukt een verklaring te vinden voor het bestaan naast elkaar van deze twee typen. Men heeft gedacht aan stempeling in verschillende periodes, in verschillende steden danwel een afzonderlijk stempel voor verschillende muntsoorten. Geen van deze theorieën is tot op heden vast komen te staan. Van Zeeland zijn maar liefst zes verschillende typen bekend. Twee hiervan zijn zeer zeldzaam en één hiervan was aan Mr. Polak zelfs onbekend. De klop die voorkomt op het door ons aangeboden stuk wijkt in belangrijke mate af van de tot nu toe bekende typen en gelijkt nog het meest op type II, een Zeeuws wapenschild met een rond ondereinde. De ‘uitvoering’ wijkt echter af van de tot nu toe bekende stukken. De vormgeving van de leeuw doet sterk denken aan de gebruikte klop van de instempelingen op de velddaalders, aangemunt te Middelburg in de periode 1572-1574! Als zodanig een uiterst boeiend en tot op heden onbekend fenomeen!

Het munttype ‘an sich’, de Goudgulden van Vianen, Delmonte 832, geslagen onder Hendrik van Brederode, is een uiterst zeldzaam stuk. Bij inventarisatie door Delmonte werd slechts één exemplaar aangetroffen in het Koninklijk Penningkabinet. De munt met klop is dan ook nooit eerder door Schulman verhandeld en zó zeldzaam, dat er zelfs geen kaart van aanwezig is in ons zeer uitgebreide archief. De aangeboden munt is dus om twee redenen buitengewoon interessant en bijzonder; het gaat om een uiterst zeldzaam muntype, gecombineerd met een even zeldzame instempeling. Een rariteit van de buitencategorie derhalve en een aanwinst voor iedere collectie!
 

Met dank aan en Copyright: Schulman B.V. Amsterdam, uit veiling 351 van 16 september 2016, kavel 58.