1778 Jacobus van den Toorn

 

 

 


 

 

 

A A N  D E N

L   E   E   Z   E   R.
 

Het ernstig verzoek van verscheiden Mannen van naam en rang in ons Vaderland, by welken de gedachtenis van B R E D E R O D E nog in waarde gehouden word, is oorzaak, dat dees G E S L A C H T B O O M, afzonderlyk, het licht ziet. Wylen de kundige Heer, J A C O B U S  V A N  D E N  T O O R N, te Alkmaar, zo als de tytel uitwyst, was 'er weleer, de ontwerper en samensteller van. Eene naauwkeurige aftekening, en de schriftelyke opheldering van den Autheur, zyn wy verschuldigd aan de vriendlykheid van den Heer J A N  V A N  P A N D E R S, mede te Alkmaar, die zich, door zyn Tooneelstuk, Fredrik de Rechvaardige, by zyne Landsgenooten verdienstlyk gemaakt heeft. De nadere uitbreidingen, by wyze van aanteekeningen, als mede het Naschrift, zyn 'er door des kundigen bygevoegd; van welke wij vertrouwen, dat ze den Historie-minnaaren niet overschillig zyn zullen.


 

GESLACHTBOOM

VAN ALLE DE

MANNELYKE NAKOMEINGEN

UIT HET OUD ADELYK STAM-

HUIS DER HEEREN VAN

B R E D E R O D E.

NB. De Letters, voor elken naam geplaatst,

dienen, om de genoemde Persoonen, aanstonds,

op den

GESLACHTBOOM, te kunnen vinden.

A. DIRK de I, Graaf van Holland, en Stam. vader der Hollandsche Graven (I)

B

 

(I) DIRK, die in de Geschiedenissen des Vaderlands, als eerste Graaf van Holland voorkomt; te weeten, volgens G. VAN LOON, sedert, dat de Deenen aan dit Gewest, dien naam gegeven hadden. Aloude Historie, II Deel, Fol. 132, word by GOUDHOEVEN, op 't gezach van vroeger Kronyken, gehouden voor den jongsten Zoon van SIGISBERT, Prins of Burggraaf in Guienne, en van MAGHTELD, Zuster van zekeren Graaf, HAGANO, van Santen op den Rhyn, bladz. 234, 235, De Hoog Leeraar VOET, in zyne Verhandeling over den oorsprong, voortgang en daden der Heeren van Brederode, stemt niet slechts met dit gevoelen overeen, maar voegt 'er nog deeze byzonderheid by, "dat de evengemelde Vrouwe Maghteld, en haar Broeder Hagano, Kinders waren, van OGIER, Graaf van Angers, en dat een ouder Dochter van dien Graaf, HEMMA genaamd, gehuwt geweest is, aan LODEWYK, Koning in Duitschland." bl. 9. Het oude Goudsche Kronyxken vergist zig derhalven, bladz. 17, met DIRK, een Zusters Zoon van KAREL DE KALE, die in Vrankryk regeerde, te noemen, 't geen SCRIVEXIUS in zyn Toet steen, op het zelven, ook tegenspreekt, vermits Karel, zegt hy, geene Zusters gehad hebbe. bladz. 210, zonder, dat hy ons echter, daar plaat-

se


4

 

B. DIRK de III, de Vierde Graaf van Holland (2), welke den tak der Hollansche Graven voortgepland heeft, tot op JAN den I, in wien het manlyk oir uitstorf, den tienden van Slachtmaand, 1299 (3).

C. SIEFRIED of SICCO, Zoon van ARNOUD, derde Graaf van Holland, deeze was de

Stam-

se, eenige nadere opheldering geeft. De bovengenoemdde VAN TOORN, op de aangehaalde bladzyde, en in navolging van hem, de Vaderl. Historie, II Deel, V. Boek, bl. 89, houden deezen Graaf DIRK voor den Zoon van zekeren Frieschen Graaf GEROLF, en WAGENAAR voegt 'er, zelfs met eenen bevestigenden toon, by, dat 'er, zyns weets geene reden zou zyn, om dit in twyffel te trekken. De tyd deezer verkiezing word by M. VOSSIUS, in zyn Historische Jaarboeken van Holland en Zeeland, op het Jaar 898 gebragt. I Boek, bl. 19.
     (2) Tusschen DIRK den I, en DIRK den III, hebben nog als Graven geregeerd, DIRK den III en ARNOUD, Zoon en Kleinzoon, van den genoemden DIRK den I, zo als op den GESLACHTBOOM word aangeweezen, alwaar wy ook melding gemaakt vinden, van eenen EGBERT, jongste Zoon van DIRK den II; deeze werd in 't Jaar 970, tot Aartsbisschop van Trier verheven. Vossius, I Boek, bl. 27, Broeder J. VAN LEYDEN, Kronyk van Egmond, bladz. 12, druk 1739.
     (3) Hy was de Zoon van den ongelukkigen graaf FLORIS den V, die, op den agt en twintigsten van Zoomermaand, 1296, door Gerard van Velzen, om 't leeven gebragt werd. By zyne Echtgenote, ELIZABETH, Dochter van Eduart den I, Koning van Engeland, had hy geene Kinderen, zo dat hy zyn overlyden, niet zonder vermoeden van vergeven te zyn, het Graafschap van Holland, in het Stamhuis van Henegouwen, overging, en hy, door zynen Neef JAN den II, opgevold werd, die een Zusters Zoon was van Koning Willem, Graaf van Holland, Grootvader van hem JAN den I. Zie alle onze Kronyken. Het Wapen, tot hier door de Hollandsche Graven gevoert, bestond in een roden Leeuw, de tong en klaauwen, lazuut, of blauw, op een goud Veld, 't geen men wil het WAPEN DER TROOJANEN geweest te zyn, om dat zy uit Priemus den Troo-

jaan


 

5

Stamvader van het oud adelyk Geslacht VAN BREDERODE (4)

D


jaan, zonder afstammen. GOUTHOEVEN, bl. 235, 236. VOET, bl. 7, 8.
    (4) Deeze SIEGFRIED, of SICCO, was de jongste Zoon van graaf ARNOUD, en Broeder van Graaf DIRK den III. Hy werd, om die reden, met eene aanmerklyke streek Lands, in den Albasserwaard, tusschen Lek en Merwe, als een Erfgoed, begiftigd, 't geen hem met BREDEROEDEN, dat is, niet spaarzaam, was toegemeeten. Het is vry waarschynlyk, dat dit woord, 't welk mogelyk, destyds, eene gemeenzame uitdrukking zal geweest zyn, om iemands mildheid te kennen te geven, sedert, door hem, ter gedachtenis van 's Vaders goedheid, ten eertyden is aangenomen, waar mede hy, naar de gewoonte van dien tyd, zynde heerlyke Goederen, als met een Stamnaam, benoemde. Ons is, ten minste, tot hier toe, niets voorgekomen, om anders te kunnen gissen : want wat het Fabeltje aanbelangt, 't geen latere Kronyken melden, dat hy om eenen beganen, of aangehitsten, manslag, naar Vriesland geweken ware, aldaar met de Dochter van den Stadhouder Gooswyn van Staveren huwde, en sedert, door voorspraak van sommige Vorsten en Prinsen, by het trouwfeest zyns Broeder, wederom by den Vader in gunste geraakt, en daarna, toen men deezen, om eenig eigen goed, voor deezen SIEGFRIED, verzocht, zou geantwoord hebben : ik zal myn Zoon, Siefried, in Holland, BREDEROEDEN uitmeeten daar van word, by ouder Schryveren, geene melding gemaakt, en is by GOUDHOEVEN, bladz. 250, gelyk mede be VOSSIUS, I Boek, bladz. 34, als een Verdichtsel tegen gesproken, en, zodanis te zyn, bewezen. Uit de Rymkronyk van MELIS STOKE, Boek vs. 913-915, blykt, dat by het sneuvelen van Graaf ARNOUD, in 't Jaar 993. zyn beide Zoons zelfs nog hunne Jongelinschap niet bereikt hadden :

Sine kindere / Diedric eñ Ziuaerd /
Waeren ionc en onbewaerd:
Donste hadde cume twaelf iaer.

     De Hoogleeraar VOET, bladz. 21, 22, schynt echter, dit Spreukje geloof te geven, ten minste hy houd dit gebeurde, bladz. 25 voor den oorsprong van den

Stam-


6

 

D. N, Zoon van SIFRIED, ende Broeder van DIRK van Brederode, Stamvader der Hee-

ren

Stamnaam der Heeren van BREDERODE. De uitmeeting deezer Brederoeden, in den hier voorgenoemden Albasserwaard, begroot OUDENHOVEN, in zyne Beschryving van Zuidholland, op 3656 Morgen, 4½ hond Lands, en noemt agt Dorpen en vrye Heerlykheden, op dien grond gesticht, bladz. 290. - Hy spreekt verder, van eene oude overlevering, die zegt, dat "de Heer van BREDERODE in deezen Waard zo zeer gegoed was, dat hy van Noordeloos af, tot Dordrecht toe, op zyn eigen Land konde gaan; ook lag er een Achterdyk, die genaamd wierd Brederoedens Kade, beginnende aan het einde van noordeloos, achter Goudriaan, door Slingeland en Giessen- Oude Kerk, tot aan Wyngaarden toe, alwaar voor dezelve was. - Ook verhaalde men, dat op het Westeinde van Papendrecht, het Gerecht van den Heer van BREDERODE pleeg te weezen." bl. 291, en een weinig verder bl. 293, 294, meent hy, om reden aldaar by gebragt, dat hy zeker oud Slot, zo men ondersteld, door de Romeinen gesticht, en Giessenburg geheten, als het eenigste tusschen Lek en Merwe gelegen, tot zyn verblyf, in dien oord, zou gehouden hebben. - De gift deezer Heerlyke Goederen, aan SIEGFRIED, zou, volgens M. BALE, Beschryving van Dordrecht, bladz. 697, in 't Jaar 988, geschied zyn, en dus reeds by den aanvang van ARNOUDS Graaflyke Regeering - Ook is ons voorgekomen, dat hy ook andere eigendommen, in Noordholland, met recht van erfmaking, moet verkregen hebben. Eerst, na 's Vaders dood, werd hy Stadhouder van Kennemerland, en volbouwde toen, zeker Kasteel of Slot, buiten Haarlem, omtrent de Zandpoort, weleer door Graaf ARNOUD aangelegd, en dat hy sedert, naar hem, het HUIS VAN BREDERODE noemde Saanl. Aradia, I Deel, bl. 76, VOET, bl 28. In de Schatkamer der Nederlandsche Oudheden van L. SMIDS, worden drie tekeningen, van deszelfs overblyzels, gevonden, doch het STAMHUIS der HEEREN VAN BREDERODE moet men daarom niet in Kennemerland, maar in Zuidholland zoeken, zo als genoegzaam blykt, uit de nog in weezen zynde Handvesten, ten voordeele der Ingezetenen; VOET, bl. 29

&


7

 

ren van de LEK (5).

E. SIMON, Zoon van DIRK, tweede Heer van Brederode, was de eerste Heer van TEILINGEN.

F. WILLEM, overleden in 't jaar 1285, deeze was Opperstalmeester van den Roomsch Koning, WILLEM, Graaf van

Hol-

& seqq. - Dat hy, als de Zoon van 's Lands Vorst, onder de Ridders van Holland behoord hebbe, zal niemand in twyffel trekken; ook blykt zulks, overvloedig, uit oude Brieven, Registers en Kronyken. GOUTHOEVEN, bladz. 119. Hy word geroemd, als een grootmoedig man, ervaren in Kryszaken, en die zyn Broeder, Graaf DIRK, veele getrouwe en aanzienlzke diensten beweezen heeft. VOET. bl. 37. Uit zynen Echt, met zekere Juffer TETBURG. welke hy, zo als MELIS STOKE verhaalt, om haer scone / te Kastrikum, huwde, I Boek vs. 884, 885, zyn hem twee Zoons nagebleven; de oudste DIRK, werd Heer van BREDERODE, en de andere Heer van de Lek. De edele SIEFRIED overleed in 't begin van Zomermaand des Jaars 1030, en werd by zyne Gemalinne, die hem eenige maanden schynt voorgegaan te zyn, (VOET, bladz. 38.) begraven, in de Kerk van het Klooster te Egmond, aan welk Gesticht hy ryke jaarrenten, uit zyne eigen Goederen, en veele Landeryen, op meer dan eene plaats, omtrent het Klooster liggende, vermaakte; Aanteken. der Abdy van Egmond, door Broeder LEO, bladz. 234. Het Wapen van BREDERODE, als een jonger Zoon zynde, bestaat in een rooden klimmenden Leeuw, op een goud Veld, met een Barenstel van Lazuur. GOUTHOEVEN, bladz. 125. VOET, bladz. 21.
     (5) De Heer VAN DEN TOORN tekent den naam van den eersten Heer van de Lek met een N. waarschynlyk, om dat hy by GOUTHOEVEN, niet gemeld staat; doch OUDENHOVEN noemd hem op 't gezach van Boxhorn, HENRIK, bladz. 291. Uit de Jaarboeken van VOSSIUS blykt het, dat 'er, omtrent deezen tyd, eenen HENRIK bekend was, doch hy houd hem, by vergissing, voor den Broeder, en niet voor den Zoon van SIEFRIED, I Boek, bladz. 34.

(6)  De


8

 

Holland , Opper Generaal van 's Vorsten Veldlegers, en van den Adel (6),

G. DIRK, bygenaamd de Goede stierf 1318; te Rheims, in Vrankryk, terugkeerende, van eene reize naar Jerusalem (7)

H.

     (6) Deeze WILLEM is de Tiende Heer van BREDERODE, de pere en sits, ende Vierde van dien naam, zo als op den GESLACHTBOOM gezien word, welke allen, door 't huwelyk, aan Vorstelyke Huizen, vermaagschap geweest zyn. GOUTHOEVEN, blz. 120. Zyn Vader ALFERT VAN BREDERODE had, behalven hem, nog een natuurlyken Zoon, Dirk genaamd, die Ridder was, en in 't Jaar 1255. onder de Edelen beschreven werd. VOET, bladz. 44. De oude Kronyken zeggen, dat Koning Willem, Graaf van Holland, omtrent het midden der dertiende Eeuw, zyn Hof uit Haarlem 't geen aldaar het tegenwoordig Stadhuis was, naar den Haag overgebragt, Oud Batavia, bl. 212, by welke gelegenheid ook Heer WILLEM VAN BREDERODE, die zeer gemeenzaam met dien Vorst was, GUICCIARDYN, bl. 238, zyne woning uit Kennemerland, insgelyks, verplaatste; zynde het Stadhuis in den Haag, destyds, het huis van brederode. OUDENHOVEN, bl. 292. In zekere opene Brieven van Graaf Floris den V van den 3 Mei 1283, en ten zynen behoeven gegeven, worden zyne Heerlykheden. Oudheden en Gestichten van Zuidholland, bl. 161.
     (7) DIRK, Zoon van WILLEM, wierd, onder de Regeering van Graaf Floris den V, de Eerste gesteld op de Registers der Edelen von Holland; ook gaf men hem den bynaam van Goedertieren, "vermist hy, zegt de Hoogleeraar VOET, bladz. 50, een Heer was, die alle oneenigheden, zo ver zulk konden geschieden, in der minne, buiten bloedvergieting, trachte te vereffenen." - Zonder daarom echter na te laten een held te zyn, wanneer de omstandigheden zulks vereischtten, bladz. 52. Na den dood van zyn Meester, toen Holland zonder wettig Heer was, en het gemeen belang, door huislyke verdeeldheid, met eenen Burger Oorlog bedreigd werd, vinden wy Heer DIRK VAN BREDERODE onder de geenen, die, op eigen k??ten, naar Engeland overstaken, om 's Vors-

ten


 

9
 

H.WILLEM, Zoon van DIRK, is twee jaar voor zyn Vader overleden, te weeten 1316, welke hem, toen hy naar 't Heilig Land ging, reeds alle zyne goederen had afgestaan (8)

IREINOUD, deeze was, volgens P. Scriverius, Ridder van het Gulden Vlies (9).

K.

ten Zoon, Graaf JAN, welke zig aldaar bevond, te rug te halen, ende tot Graaf te doen huldigen; doch zyne betoonde trouw zag hy dra, door aanhitzing van Wolfaart van Borselen, met ondankbaarheid beloond, 't geen hem, niet zonder reden, derwyze trof. dat hy zig aan de wereld ontrok, en in de bedevaart naar Jerusalem ging, doch op de terug reit storf, naletende een Zoon DIRK, en eene Dochter Judith, zynde zyn oudste Zoon WILLEM voor hem overleden. Dirk storf in 't Jaar 1346, zonder manlyk oir na te laten. VOET, bl. 52. 53. GOUTHOEVEN, bl. 120, 121.
     (8) Hy was tweemaal gehuwd geweest, eerst met Elizabeth van Luxemburg, eene Nichte van Keizer Hendrik den VII, en daarna, met de Dochter van den laatsten Heer van Teilingen. By alk deezer Vrouwen verwekte hy een Zoon, HENDRIK en DIRK; de eerste volgde zyn Grootvader in deszelfs Heerlyke goederen en werd de XIII Heer van BREDERODE, uithoofde van den gedanen overdragt aan zyn Vader, welke 'er echter geen genot van gehad heeft; by zyn overlyden, zonder Kinderen, in 't Jaar 1321, gingen dezelve over op zynen broeder DIRK, die van 's Moeders zyde, ook Heer van de Lek was; deeze huwde met Beatrix, Dochter van Walraven, Graaf van Valkenburg. Hy heeft vyf Kinderen by haar geteeld, en daar onder vier Zoons; REINOUD, na hem Heer van Brederode : DIRK en WILLEM, Heer van Waalwyk, beide Ridders, benevens WALRAVEN en eene Dochter, die sedert, met Heer Jan van Polanen, in den echt trad. DIRK storf, na dappere daden verricht te hebben, in 't Jaar 1377 en werd in 't Karmeliter Klooster te Haarlem, begraven. GOUTHOEVEN, blz. 121, VOET, bl. 54 & Seqq.
     (9) Hier is, by vergissing, de Grootvader voor den Kleinzoon genomen; want eerst veertig Jaaren na het overlyden van deezen REINOUD, te weeten 1430, werd de orde van 't Gulden Vlies gesticht. Wy vinden echter, dat by Bailliuw van Kennemerland geweest is, waar

me-


10
 

 

K.JAN, deeze trouwde met de Dochter van Jonkheer Willem van Abkoude en Wyk, begaf zig in de orde der Karthuizers, doch zyn Schoonvader en Schoonbroeder, 1407, gestorven zynde, verliet by het Klooster, met oogmerk, om in naam zyner huisvrouwe, die hy, met geweld, uit het Klooster te Wyk, ligte, bezit van de beide Heerlykheden te neemen. Hy werd gevangen, en zy naar het vorig verblyf gevoerd, alwaar zy in 't jaar 1411, wederom in vryheid gesteld zynde, sneuvelde vier jaaren later, 1415, in de slag van Assincourt, in Pikardye (10)

L.
 

mede hem Hertog Albrecht, in 't Jaar 1258, na dat hy zekeren Johan van Bloemenstein, dien post ontnomen had, begiftigde, uit erkentenis van de aan hem beweezene diensten, tegen den Kapaljauwschen, doch welke bevordering REINOUD in gevaar van 't leeven bragt. Kronyk van Holland, Zeeland XXVI afdeeling, IV Kap. Fol. 143 verso. Hy was de eerste Heer van BREDERODE van dien naam. By zyn Stamwapen voegde hy, dat van Valkenburg. Hy overleed in 't Jaar 1390. uit zyn' echt, met de Erfdochter van den Graaf van Gennep, en onder welken Graaflyken tytel de beide Hertogen, Willem en Albrecht van Beijeren, hem aan 't hoofd der Hollandsche Edelen geplaatst hebben, zag hy vier Zoone; de oudste DIRK genaamd, werd 1389 geestlyk; JAN en WALRAVEN, van deezen zullen wy afzonderlyk spreken; WILLEM de jongste, werd daarna Voogd over de Kinderen van zyn broeder WALRAVEN. Hij begaf zig, in 't jaar 1450, met zyne Gemalinne naar Rome, en storf, van daar terug gekomen, aan de pest, in den ouderdom van Zeventig Jaaren. GOUTHOEVEN, blz. 121. VOET bl. 61.
     (10) Dees Oorlog was tusschen de Engelschen en Franschen, by welke laatste hy zig gevoegd had. Zyne Gemalinne schonk hem geene Kinderen, zo dat by

zyn


11

 


L. WALRAVEN was Gouverneur van Holland, en verkreeg, met zyne Gemalin JOHANNA, de twee Souvereine Heerlykheden van Viane en Ameide. Hy werd den eersten December 1417, in den aanslag op Gerkom gedood (II)

M.REINOUD, de tweede van dien naam, was Heer van Brederode. Viane en Amei-

de,
 

zyn overlyden, de Vaderlyke Goederen, op zyn jonger Broeder WALRAVEN, overgingen, die ook vervolgens, als Heer van BREDERODE, gehuldigd werd. GUICCRARD, bl. 238.
     (II) ?? de beide Heerlykheden hem, door 't huwlyk, aangebragt, behoord ook het Huis te Herlaat, deeze aanwinst, gevoegd by zyne eigen Goederen, maakte hem tot een der vermogendste Edelen van Holland, Wiens inkomsten, jaarlyks, op vier-en twintig duizene fransche schilden, gerekend wierden, 't geen, naar dien tyd, vry aanzienlyk was Hy nam wederom de volle wapenen der Graven, uit het huis van Holland, van, gequartilleerd met die van Valkenburg, in een schild. - Tweemaal werd hy gevangen genoomen, eens door de Vriezen, by Staveren, van zyn Volk verlaten zynde, en eens door Heer Jan van Arkel, in de Belegering van Gorkum, by mangel van ontzet; wanneer men hem zeven jaaren opgeslooten hield, doch hy ontkwam uit beiden, zo door moed, als list. Hy storf echter, daarna, niet ongewroken; want door vrouwe Jacoba, tot Stadhouder van Holland, Zeeland en Vriesland aangesteld, en in den rang der Ridderen verheven zynde, deed hy, omtrent Wintermaand, des Jaars 1417 met magt van Volk, eenen vernieuwden aanval tegen de Stad Gorkom, maakte bres in den muur, zag den Zoon zyns vyands, die hem te vooren gevangen gehouden had, sneuvelen, en bezegelde, ten laatste, de overwinning met zyn dood. Hy werd naar Ameide gevoerd, en in de Kerk, voor 't hoog altaar, begraven. Zyne Kinderen waren, REINOUD, die hem opvolgde, GYSBRECHT, en eene Dochter. Kronyk van Holland ?c., XXVIII ???? V Kap. Fol. 146 verso GUICCIARDYN, bl. 238. GOUDHOEVEN, bl. 121. VOET, bl. 66 & seqq.


12
 

 

de Burggraaf van Utrecht (12), Ridder van Jerusalem en 't Gulden Vlies (13); hy werd, 1470, door David van Bourgondie, Bisschop van Utrecht, gevangen genomen, en door ophitzing zyner Vyanden, zeer wreed behandeld, gelyk ook zyn Broeder Gysbrecht. Zie GOUDHOEVEN, bladz. 487 toot 490. (14). Hy

had

    
     (12) De Waardigheid van Burggraaf, was weleer, door den Bisschop van Utrecht gegeven aan de Graven van Benthem, van waar dezelve overging aan die van Kuik en sedert op den Heer van Viane, met wiens Erfdochter zyn Vader WALRAVEN gehuwd zynde, ook deezen tytel, by de overige an zyn Stamhuis voegde. VOET, bl. 71.
     (13) De eerste van deeze Ordens, ook die van 't heilig Graf genaamd, werd gesticht, omtrent het Jaar  1110, na dat de Saracen, door de Kristenen, uit Jerusalem verjaagd waren. HOOGSTRATEN, op het woord Graf. de andere is haaren oorsprong schuldig aan Filips de Goede, Graaf van Holland, by gelegenheid van zyn derde Huwelyk, gevierd te Brugge. in 't Jaar 1430. Oud Batavie, bladz. 409. Op de Lyst van deeze Ridders, by GOUDHOEVEN, bl. 489, vermeld, vind men onzen REINOUD, benevens GYSBRECHT zyn Broeder, en hun Oom, WILLEM VAN BREDERODE, boven aangesteld.
     (14) De byzonderheden der gebeurtenis, om welke te weeten, de Heer VAN DEN TOORN ons naar GOUDHOEVEN wyst, bestaan kortlyk hier in, "dat sommigen misnoegden; hem, heimlyk, by den Bisschop in verdenking bragten, als of hy, en zyn Broeder GYSBRECHT, schuldig stonden aan eene saamenzweering, met Adolf van Gelder, tegen Hertog Karel enden Bisschop David; waar op de laatste hun beiden deed gevangen neemen, en REINOUD, tot verscheiden reizen toe, door pynigieg, wilde dwingen, om deaangetygde en andere misdaden, te belyden, tot dat eindelyk de Hertog zelve de zaak zig aantrok, die hem, na gedaan onderzoek, niet alleen onschuldig verklaardde, maar ook, wederom in zyne Ridderlyke waardigheid, van 't Gulden Vlies, herstelde."


13
 

 

Had, behalven twee Zoons, WALRAVEN en FRANS, nog vyf wettige Dochters (15).

N. GYSBRECHT, Broeder van RINOUD, werd den zevenden van Grasmaand 1455, met eenparigheid van stemmen, tot Bisschop van Utrecht verkooren, doch door overmagt van Hertog Filips van Bourgondie, werd hy, het volgende jaar 1456, genoodzaakt, daar van afstand te doen, ten voordeele van David, Basterdzoon van den genoemden Hertog. Zie GOUDHOEVEN, bl. 467-470. (16). Deeze GYSBRECHT had ywaalf onwettige Kinderen (17).

O. WALRAVEN, Heer van Brederode, tot Viane, Burggraaf tot Utrecht, Heer tot

Amei
 

     (15) hy was gehuwd met de Dochter van Heer Willem van Lalaing, Stadhouder van Holland, behalven zyne wettig by haar geteelde Kinderen, had hy nog vyf Basterdzoons, wier namen en nakomelingen op den GESLACHTBOOM gevonden worden. Hy storf den zes-en-twintigsten van Wynmaand, des Jaars 1473, zo VOET wil, niet zonder vermoeden van vergeven te zyn. bl. 84.
     (16) Ingevolge de gemaakte overeenkomst, wegens deezen afstand, bleef Heer GYSBRECHT nogthans zyne Domproostdy behouden; ook moest hem zekere somgelds. in eens, voor gedaane onkosten, en verder een jaarlyks inkomen, door den nieuwe Bisschop, betaald worden. VOET, bl. 79. Maar hoe slecht, hier in, woord gehouden werd, bleek, toen hy, gevangen zynde, geen ontslag bekomen kon, ten zy onder voorwaarde, van ook zyne Domproostdy te zullen overgeven, en vervolgens het geheele Sticht van Utrecht te verlaten, gelyk geschiedde; sedert hielt hy zyn verblyf te Breda, alwaar hy in den ouderdom van drie en zestig jaaren overleed. GOUDHOEVEN, bl. 121 en 491.
     (17) Te weeten agt Zoons en vier Dochters, VOET, bl. 80, en onder de eerste eene JORIS, Hopman te Rotterdam, doch welke in 't Jaar 1489 te Delft onthalst werd. GOUTHOEVEN, bl. 121.


14

 

Ameide en van Heemsroede (18). Hy gaf de openbrieven van Maagtalen, in dato zes July 1501, waarin de tak van WALRAVEN, jongste Zoon van Dirk, erkend word, afgestamt te zyn, uit den Huize van BREDERODE.

P. FRANS, een beroemd Oorlogsheld van de Hoeksche Party, nam in 't jaar 1488, Rotterdam in, en stierf twee jaar later, 1490, binnen Dordrecht, aan eene wonde, in 't gevecht gekregen (19). Zie AL-

KE-
 

     (18) hy was de oudste Zoon van REINOUD, den tweeden van dien naam, en werd by de krooning van Maximiliaan, tot Roomsch Koning, in 't Jaar 1486, te Aken, Ridder geslagen, VOET, bl. 91. Hy is tweemaal gehuwd geweest, eerst met Margaretha van Borsselen, Dochter van Wolfert, Heer van Veere en Vlissingen, met welke hy Kloetingen, in Zuid-Beverland, en Ridderkerk, in Zuidholland, ten bruidschat kreeg; hy had by haar twee Zoons, REINOUD, die hem opvolgde, en WOLFERT, Heer van Kloetingen (a), benevens twee Dochters. Zyne andere Echtgenoote, eene geboore Gravin van Nieuweraar, gaf hem mede twee Zoons, FRANCISCUS, Heer van Zwammerdam die in 't Jaar 1529 by Eindhoven verdronk; BALTHAZAR, van wien nader zal gesproken worden, en vier Dochters. Hy storf op zyn Slot Batestein, te Viane, 1531, in den ouderdom van vyf en-zeventig jaaren. GOUTHOEVEN, bl. 122.
     (19) Hy word by GOUDHOEVEN, bl. 122, genoemd, Jonker FRANS VAN BREDERODE; eene sterke tegenparty der Kabeljauwschen, door welke zyn Grootvader zo schandelyk mishandeld was, (zie Noot 14) het viel den Hoekschen niet moeijelyk, hem, aan hunne

zy-

     (a) WOLFERT werd, na 't overlyden van zyn' halven Broeder, Franciscus, ook Heer van Zwammerdam; hy stierf in 't Jaar 1548, nalatende een Zoon REINOUD en eene Dochter. REINOUD verkreeg 1579, door gunst der Staaten van Holland, de Heerlyke Goederen VAN BREDERODE, na Elf jaaren, in beslag gehouden te zyn. Hy overleed 1584. Zyne Zoonen, onder welke FLORIS, alleen het Geslacht voortplantte, staan allen op den GESLACHTBOOM aangetekend. Zie verder GOUDHOEVEN, bladz. 124.


155

 

KEMADE, Jonker Fransen Oorlog. GOUDHOEVEN, bladz. 542-546.

Q. REINOUD de III, Heer van Brederode, Viane en Ameide, Ridder en Deken van het Gulden vlies, diende Keizer Karel de V, in zyne Oorlogen; hy overleed den agt-en twintigsten van Herfstmaan. 1556, en legt begraven te Vianen, in eenen marmeren graf-Tombe (20).
R. BALTHAZAR, Heer tot Bergen in Kennemerland en Opperhoutvester van Holland. Hy bevestigde, by opene brieven, in dato den twintigsten van Hooimaand des

Jaars

Zyde te doen overhellen; hy werd dan, tot dat einde, van de Hooge School te Leuven geroepen, en niettegenstaande zyne jonge jaaren, wist hy beleid en dapperheid te vereenigen, VOET, bl. 95. Het komt ons voor, dat hy vry veel in den smaak van Maarten van Rossem oorlog gevoerd hebbe. GUICCIARD. bl. 239. G. VAN SPAAN, Beschryving van Rotterdam, bl. 126, 127. Hy storf in den bloei des Leven, omtrent vier-en twintig jaaren bereikt hebbende. GOUDHOEVEN, als boven.
     (20) Hy was insgelyks Geheimraad van Karel den V, die hem als een bloedverwant behandelde, uit hoofde van zyn Huwelyk met Filippina, Dochter van Graaf Robert van der Marck, Heer van Sedan, en Zuster van Everhard. Prins Bisschop van Luik. Hy verwekte by haar vyf Dochters, en vier Zoons: FILIPPUS de oudste, werd met toestemming van den Keizer, in de opvolging der Heerlyke goederen van BREDERODE, onterft, en storf, ongehuwd, in 't Jaar 1554 te Milaan; HENDRIK, 's Vaders opvolger. LODEWYK, Heer van Ameide, ook ongetrouwd, sneuvelde 1557, en ROBBERT, Coadjutor van den Aartsbisschop van Kamerik, welke in 't Jaar 1566 gestorven is. Behalven deeze Wettige Kinderen had Heer Reinoud nog verscheiden Basterdan. - VOET, bl. 99 & seqq. GOUTHOEVEN, bl. 122, 123. Hy was een man moedig en vol vuurs, ja schroomde zelfs niet, den Graaflyken tytel van Holland aantenee-

men,


16
 

 

Jaars 1557, die van zyn Heer Vader, van den zes-en-twintigsten derzelver maand 1501 (21).

S."HENDRIK, Heer van Brederode, beroemd in alle Historien onzes Vaderlands, van wegen zyne voortreffelyke bedryven: als onder anderen, dat hy aan 't hoofd der verbonden Edelen, in 't Jaar 1566, te Brussel, het berucht Smeekschrift aan de Hertogin van Parma heeft durven aanbieden, waarvan het eindelyk gevolg was, het aanstaan zy-

ner
 

men; doch het geen Karel de V zo euvel opvatte, dat hy hem, door zyn Herout van Wapenen, in rechten deed vervolgen, en BREDERODE, by vonnis van den zestienden van Louwmaand 1531, gelast werd, nimmer de volle wapenen van Holland aanteneemen, of zig Graaf te schrijven; hy deed, hier tegen zyne verweerig aantekenen, waar in hy zig ontschuldigd, van eenig verkeerd oogmerk, of de minste ongehoorzaamheid, tegen den Keizer, met het geen hy gedaan had, bedoeld te hebben, "dienvolgens, zegt hy, bid ik, dat het zyne Majesteit believe, dit myn doen niet ten kwade te duiden, willende veel liever sterven, dan in de ongunst zyner Majesteit leven; wiens Eer en Hoogheid hy bereid was, tot den laatsten druppel bloeds te verdedigen." - Welke verklaring den Monarch schynt voldaan te hebben; ten minste hy begon, van tyd tot tyd, wederom in gunst te komen, 't geen weinig jaaren later de geheele vernietiging, van het tegen hem uitgesproken vonnis te weeg bragt, eu insgelyks de vryheld om het oude Wapen van Brederode zodanig als het door zyne Voorouderen gevoerd was, (Zie hier voren bl. 5 in den Noot.) wederom te mogen aanneemen, uit hoofde van zyne deugd en verdiensten: ingevolge 's Keizers uitspraak en opene brieven, van Bloeimaand des Jaars 1534. Repert der Plakaten, bl. 26, 29, 30.
     (21) Hy overleed in 't Jaar 1576, zonder Kinderen natelaten, in den ouderdom van 60 Jaaren. GOUTHOEVEN, bl. 122


17

 

ner goederen. Hy storf als balling in 't Jaar 1568" (22).

T.JOHAN WOLFERT, Heer van Brederode, Viane, Herlaar, Ameide, Tienhoven, 't Slot Batestein, Noordeloos, Herwynen, Nieveld, Haeften, Hellouw, Zwammerdam, Rhewyk, Kort- en Langeraar, Kloetingen, Blyenburg; Burggraaf van Utrecht, Generaal Veldmaarschalk van den Staat, Gouverneur van 's Hertogenbosch, Overste van een Regiment Voetknechten, Hopman van de Ruitery; Ridder van den Olyfant enz. enz. enz. Hy had by twee Gemalinnen verscheiden Kinders gewekt (23).

U.
 

     (22) Men zie, zynentwegen, verder, 't geen wy in de LEVENS SCHIZE gezegd hebben. Hy heeft geene Kinderen dan alleen eenen Basterd, Lancelot van Brederode, nagelaten.
     (23) Hy was de jongste Zoon van FLORIS, zie hier voren, bl. 14, Noot 18 (a). Hy begaf zig de geringste diensten niet, waar toe een Soldaat verplicht is. Op zyn negentiende jaar werd hy reeds Hopman, over eene Bende van vyf-en-zeventig Voetknechten, welke spoedige bevordering zynen oorlogs yver, derwyze, aanwakkerde, dat de Staaten zelve, meende, hun vertrouwen, op zyn beleid en moed niet beter aan den dag te kunnen leggen, dan door hem, na alvorens met den post van Groot Meester der Artillery begiftigd te zyn, in 't Jaar 1642, tot Veldmaarschalk te verheffen. Zyne eerste Gemalinne was de Dochter van Graaf Johan van Nassau, by deeze won hy drie Zoons en negen Dochters, waarvan slechts vyf Dochters hem overleefd hebben, zynde de overige zeven Kinderen, allen jong gestorven. Uit het tweede huwelyk, met de Gravin van Solms Bronsfeld, had hy insgelyks drie Zoons, en vyf Dochters. FLORIS ALBRECHT BELGIUS, de oudste, storf noch geen drie jaaren oud zynde. HENDRIK werd na 's Vaders dood, 1655, Heer van BREDERODE

VOET


18

 


U.HENDRIK, oudste Zoon van WOLFERT, verkreeg op zyn veertiende jaar, eene Bende Ruitery, en, by 's Vaders overlyden, zyn Regiment Voetvolk; negentien jaaren oud zynde, trok hy naar Vrankryk, om zig in den Wapenhandel te oeffenen, doch stierf kort naderhand, 1657, te Amiens, aan de mazelen.

V. WOLFERT. Broeder van HENDRIK, werd gebooren den agttiende van Slachtmaand des jaard 1649. De Staaten van Holland beschonken hem, pas zes jaaren oud zynde, reeds met eene Bende Ruiters, uit erkentenis der diensten, zo door zyn' Heer Vader, als andere zyner aanzienlyke voorouderen, den Lande beweezen. Hy volgde zyn Broeder in alle de heerlyke goederen van den Huize van BREDERODE op; stierf, ongehuwd, den ee-en-twintigsten van Hooimaand 1679; werd te Viane begraven en de WAPENS VAN BREDERODE, met hem, in 't Graf gelegd (24).

Na zyn dood, kwamen alle de Heerlyke Goederen van BREDERODE, in gevolge deszelfs uittersten wil, van den zevenden

van
 

VOET, bladz. 155 & seqq, en, by zyn overlyden, twee jaaren later, wederom opgevolgd, door zyn' jongsten Broeder WOLFERT. Zie de GESLACHTBOOM.
     (24) Hy is de laatste der Mannelyke Nakomelingen, uit den TAK VAN REINOUD den I, VAN BREDERODE, oudste Zoon van DIRK, Heer van Brederode, welke, zo als wy, bladz. 9, Noot 8, gezegd hebben, vier Zoons naliet, waar van de twee middelste, kinderloos, storven, en de jongste, WALRAVEN, een TWEEDEN TAK, waar van, tegenwoordig, nog verscheiden Nanee-

ven


19

 

 

van Bloeimaand 1664, aan zyne oudste Zuster, Hedwig Agnes, die, insgelyks ongehuwd stervende, dezelve wederom aan haare Zuster, van halven bedde, Sophia Theodora, Gemalin van christiaan Albrecht, Graaf van Dohna, in eiegndom naliet, en by den dood haarer beide Zoons, KAREL en DIEDERIK, die de een voor en de andere na, in 't Jaar 1686, te Offen, in Hongarye, sneuvelden, gingen dezelve over aan hunne Zuster, Amelia van Dohna, gehuwd met Simon Hendrik, Graaf van der Lippe Dethmold, naar wier overlyden hun Zoon, FREDRIK ADOLF, als Heer van BREDERODE opvolgde, en daarna derzelver Kleinzoon, SIMON HENDRIK ADOLF, welke deeze Goederen, eenige jaaren na 's Vaders overlyden, aan de Staaten van Holland en West-vriesland, door kooprecht, overdeed, belopende de hoofdsom met de onkosten, agt hondert agt en negentig duizend, twee hondert gulden. De plechtige bezitneeming, van Staaten wegen, geschiedde op den tweeden van Slachtmaand, des Jaars 1725 (25).

a. De
 

ven in weezen zyn, zo als op den GESLACHTBOOM kan gezien worden, doch wier luister en aanzien merklyk verschild, van dien hunner voorouderen.
     (25) Volgens de EUROPISCHE MERKURIUS van de maand November, des Jaars 1725, worden deeze verkochte goederen opgegeven te bestaan, in Heerlykheden van VIANE en AMEIDE, met de op- en dependentien van dien, als Meerkerk en Lecksmond, Tienhoven, Achthoven, Heikoop en Lakerfeld. De overdragt geschiedde, met zeer veel pracht en staatsie, op het Hof te VIANE, den dertigsten van Wynmaand deszelven Jaars, ten welken einde, eenige Raadsheeren,

door


 

20



a. De Persoonen onder wier namen, de hier voor geplaatste letter, gesteld is, zyn door WALRAVEN, Heer van Brederode en Viane, Burggraaf tot Utrecht, Heer van Ameide en Heemsroede, by opene Brieven van Maagtalen, van den zesden July 1501, erkend te zyn, uit den huize van BREDERODE af te stammen, Litra P, doch het blykt, dat zy reeds voor dien tyd overleden waren.
b.Deeze worden, volgens dezelfde Brieven, mede voor wettige Afkomelingen erkend, en waren, by uitgifte van die, nog allen in weezen.
c. Volgens 't getuigschrift van Jordaan van Foreest, Johan de Gribber, Bartholomeus Tomas, en Frans van Teilingen, Leenmannen van de Graaflykheid van Holland, van den laatsten van Wynmaand des Jaars 1555, worden deezen erkend, voor wettige gesprooten te zyn, uit Jan Dirks van Brederode; (a), en waar uit tevens blykt, dat Kornelis Pieterszoon van Koedyk, toen reeds overleden was.
d. Deeze allen worden, uit kragr van een getuigschrift, van Burgemeesteren van Alkmaar, in dato den negenden van Slachtmaand 1555, gehouden voor afkomelingen van Matthys Dirksz. en Walraven Dirksz. (a), welke toen allen, be-

hal-

 

door den Graaf van der Lippe, uit Dethmold, afgevaardigd waren, om de overgaaf te doen; zynde de Graaf van Homsesch, van wegen de Staaten van Holland, gevolmagtigd, tot den ontvang, en om de Bedienden en Beampten uit den Graaflyken eed te ontslaan, en in den nieuwen eed te neemen, bladz. 293. 296.


21

 

 

halven Pieter Fredriksz., nog in 't leven waren.

     Deeze bovenstaande worden door BALTHAZAR, Heer van Brederode, en van Bergen, enz., by opene Brieven van bevestiging, van den twintigsten van Hooimaand 1557, erkent, voor zyne Maagen, gesproten uit den Huize van BREDERODE (26).

e. Uit kracht eener Notariale verklaring, van den vyf-en-twintigsten van Sprokkelmaand 1617, en nader getuigschrift, van Schout en Schepenen te Groet, van den agt-en-twintigsten derzelver maand, worden deeze erkend voor wettige afkomelingen van Dirk Walraven (d).
f. Deeze vyf Persoonen, benevens Maarten Dirksz., te Groet (e), worden, volgens getuigschrift van Schout en Schepenen te Groet, voornoemd, mede, in dato, vyf en-twintig February 1517, erkend, voor echte Kinderen van Dirk Jansz. te Hargen. (e).

By getuigschrift van Schepenen te St. Maarten, van den elfden van Grasmaand, 1628, blykt, dat ook Maarten Dirksz., boven vermeld, en zyn Vader Dirk Jansz. te Hargen, (e) behoorden tot het Geslacht van BREDERODE.

g. Uit het Register van de Rechtdagen van de Houtvestery van Holland en Westvriesland, Fol. 177, blykt, dat Gerrit Maartensz. van BREDERODE, Zoon van

Maar-
 

     (26) Zie Letter R in den Tekst. TE WATER merkt aan, dat zodanig Getuigschrift, ten voordeele van Bloedverwanten, die in lagen staat zyn, te grooter roem verdient, omdat het zeldzaam geschied. II Stuk, bl. 286.


22

 

 

Maarten Dirksz. te Groet (e), volgens uitspraak van de Edele Heeren Meester Knapen, van den zes en twintigsten van Wynmaand 1676, is verstaan gerechtigd te zyn, tot de Jagt; zo als insgelyks begrepen is, by gemelde Heeren, op den derden van Louwmaand 1680, met betrekking tot den Persoon, van Jan Hendriksz., te Groet, Zoon van Hendrik Albertsz., die wederom een Zoon was van Albert Dirksz. (f), wiens Vader geweest is Dirk Jansz. te Hargen.

     Uit zekere verklaring van Schout en Schepenen te Groet, van den agtsten van Wynmaand, 1687, blykt, dat Jan Henriksz (g), een Persoon van goede hoedanigheden, geweest is, Regent en Vroetschap te Groet; destyds voorzittend Schepen, Heemraad van de Schoorlsche Zeedyk, en de Haazendwarsdyk, bekend staande in de lysten van verponding, ommeslagen en lasten; gevolglyk levende van deszelfs eigen inkomsten en voordeelen.

h - p. Deeze agt Persoonen, benevens Jan Henriksz, te Groet (g), worden, volgens de verklaaring van Schepenen te Schoorl, in dato den veertienden van Grasmaand 1750, erkend, van altoos het recht van de Jagt te hebben geoeffend, als zynde voortgesproten, uit het Huis en Geslacht der Heeren van BREDERODE.
By uitspraak van de Edele Mogende Heeren Meester Knapen van Holland en Westvriesland, van den zeventiende van

Bloei


23

 

 

Bloeimaand 1769, zyn Pieter Gerritsz (n) en Simons Gerritsz (p) wttig verklaard, om de Jagt te mogen oeffenen, in de houtvestery voorschreven.
k. Jan Gerritsz, te Colhorn, gebooren den elfden van Louwmaand 1717, getrouwd, eerst, met Tryntje Klaas Hekel, den veertienden January 1737, welke, den agttienden van Grasmaand 1748, overleed; voor de tweede reize, den negenden van Louwmaand 1749, met Grietje Pietersz., gestorven den zesden van Slachtmaand, deszelven Jaard, en eindlyk, ten derden maale, op den vyf-en-twintigsten van Hooimaand 1751, met Jannetje Jans de Jong.
I. Hendrik Gerritsz., op de Quelder, gebooren den zesden van Wynmaand 1720; hy trouwde, den negenden April 1744, met Ariaantje Ysbrands, doch welke, den een-en-twintigsten van Louwmaand 1748, 0verleed, wanneer hy, agt jaren later, op den negenden van Grasmaand, 1756, andermaal in den echt trad, met Elizabeth Pieters Zeemans.
m. Maarten Gerritsz., te Warmenhuizen, gebooren den zesden van Wynmaand, 1720, een tweeling met Henrik Gerrits, (I) hy huwdr, den elfden van Louwmaand 1744, met Tryntje Dirks.
n. Pieter Gerritsz te Alkmaar, gebooren den zestienden van Bloeimaand 1723, en getrouwd den negenden van louwmaand, 1755, met Tryntje Jacobs de Wit.
O. Klaas Gerritsz. in de Zype, gebooren den tienden van Oogstmaand, 1726, en

nam


 

24

 

nam den zestiende van Lentemaand 1752, ter Vrouwe Aagje Ariens Prins.
p. Simon Gerritsz, by de Helder, gebooren den zestienden van Slagtmaand 1733.

 

B Y V O E G Z E L.

    

De agt Kinders, welke de kruin van de tak van WALRAVEN uitmaaken, waren, in Wintermaand des voorleden Jaars 1780, nog allen in weezen, zo als ons, door den beleefden Heer Jan van Panders te Alkmaar destyds bericht werd.
     Schoon nu de tak van REINOUD den III, Heer van BREDERODE, algemeen, ondersteld wordt, in 't manlyk oir, uitgestorven te zyn, in den Persoon van WOLFERD VAN BREDERODE, in 't Jaar 1679, wanneer de heerlyke goederen, aan dat huis behoorende, in de vrouwelijke Linie overgingen, en welke bezittingen, daarna, door openbaren aankoop, een eigendom der Staaten van Holland en Westvriesland geworden zyn, gelyk wy, een weinig hooger, gemeld hebben, zo is ons niet te min, sedert, uit echte bescheiden, gebleken, dat er nog heden gewettigde nakomelingen in weezen zyn, en die in eene rechte lyn, afstammen van den genoemden REINOUD, schoon op de gewoone Geslacht Lysten niet aangetekend, naamlyk, Jonker HENDRIK LODEWYK PIETER VAN BREDERODE, werkelyke Kamerheer des Keizers en Kolonel ten dienste deezer Landen, gebooren te Lisbon, in 't Jaar 1737, doch thans, alhier, te Amsterdam, woonachtig, gehuwd met

Jonk-


25

 


Jonkvrouwe Kornelia Maria Katharina Andrioli, oorspronglyk uit het Hertogdom Miliaan; zynde haar Oom, Heer Pieter Andrioli, door wylen de Keizerin Koningen, in 't Jaar 1741, met den Eertytel van Marquis begiftigd. uit de bewysstukken door hem, in 't Jaar 1769, aan de Ed. Mog. Heeren Houtvester en een Hollandsch Edelman, binnen dat Gewest, de vryheid van de Jagt te genieten, en 't geen denzelven, ingevilge eener Resolutie der Houtvesterye van Holland, van den zeventienden van Wintermaand 1771, is toegestaan, blykt, dat REINOUD VAN BREDERODE, na het overlyden van Filippina van der Marck, een heimlyk Huwlyk aanging, met Katharina van Holten, eene adelyke Dochter uit het Land van Kleef, welke hy, den een-en-twintigsten van Herfstmaand 1546, verlyd en beleend heeft, met zekeren Middelwaard, gelegen in de Rivier de Lek, naby Leksmond, met beding, dat dit leen, zo zy zonder Kinderen, uit dit Huwlyk gesprooten, overleed, wederom aan de Heerlykheid van Viane verviel; doch zo zy Kinders naliet, zou dit Leen op hun komen, en zo vervolgens, zo lang 'er van zyn kroost in weezen waren waren. Dit verly werd, federn, door Karel den V, goedgekeurd en bekrachtigd. Een zoon REINOUD, en twee dochters, zyn de Vrucht van deeze verbintenis geweest, over welke hy haar, volgens een hier van voorhanden zynde bewys, den agtsten van Wintermaand, des jaars 1553, als Voogdesse aanstelde, wel-

ke


26
 

 

ke kinders hy, vervolgens, openlyk, voor de zyne erkende, en wettigde, naar 't gewoon gebruik, 't geen destyds onder Edelen en Ridders, plaats had. Beide Dochters hebben, daarna, aanzienlyke huwlyken gedaan, en zyn Zoon REINOUD, Heer van Bolswaard, werd, na 't overlyden van Vrouwe Katharina, zyne Moeder, op den twee-en-twintigsten van Herfstmaand, des jaars 1596, met de genoemde Middelwaard, beleend; hy was reeds, in 't Jaar 1585, gehuwd met Josina van Arkel, van Asperen en Vuuren (54), uit deezen echt liet hy een zoon na, HENRIKm Heer van Bolswaard, en Drossaart van Ameide, die trouwde met Geertruid van Reede van Amerongen, by welke hy een zoon won, FREDERIK LODEWYK, Heer van Bolswaard, Drossaard van Ameide en Tienhoven, Hoogdykheemraad van den Alblasserwaard, gehuwd met Theodora Anna van Renesse van Wulp, waar uit geboren is, HENDRIK MAXIMILIAAN, Heer van Bolswaart, welke zig, in den zomer des Jaars 1681, in echt gegaf, met de Dochter van Heer Pieter Willem Nooms, Baron van 't Ryk, en Heer van Aarlanderveen: waaruit nagebleven is LODEWYK PIETER, Heer van Bolswaard, en Aarlanderveen, Ridder der orde van Kristus, in Portugal. Hy werd in 't Jaar 1701, door Fredrik Adolf, Graaf van der Lippe, als Vryheer van Viane, even als zyne Voorvaderen, beleend met den vooren genoem-

den
 

     (54) Hier van word by GOUDHOEVEN, bl. 152, in de Lyst der Heeren Asperen van Vuuren, melding gedaan, met byvoeging, dat zy in 't Jaar 1601 in 't Kraambedde van heer twaalfde Kind, overleden was.


27

 

 

den Middelwaard; hy begaf zig vervolgens, als Zee-Kaptein, in dienst van 't Portugeesche Hof, en trouwde te Lissabon, met Margareta Ursula van Zeller, Dochter van Heer Jan van Zeller, herkomstig uit een oud en aanzienlyk geslacht in Gelderland. de zoon, in dit huwlyk verwekt, is de reeds genoemde Heer, Hendrik, Lodewyk, Pieter van Brederode (55), die wederom Vader is van KAREL ALEXANDER en ALEXANDER KAREL, zynde tweelingen, welke hem, den agsten van Louwmaand, des Jaars 1766, in 's Hage, gebooren zyn (56).
     Dit is alles wat wy van de latere Nakomelingen, gesprooten uit het Adelyk Huis van BREDERODE, en die in den GESLACHTBOOM niet vermeld staan, hebben kunnen opspeuren; wy twyffelen echter geenzins, of 'er zullen nog anderen, welke dien naam voeren en uit de natuurlyke Kinderen deezer Heeren afstammen, in weezen zyn, doch die by 't gebrek eener wettige oorsprong, mooglyk, ook geene gunstelingen van 't wisselvallig Geluk zyn.
 

     (55) TEWATER II Stuk, bladz. 282 & seqq, in den noot De Heer van BREDERODE heeft ons verzekerd, dat deeze opgave volkomen echt, is en ovreen stemt met de bewyzen, daar van, onder zyn Ed. berustende.
     (56) Volgens mondelinge opgave; zyn Peter en Meter van deeze Kinderen geweest hunne Koninglyke Hooheden, Prins Karel van Lotharingen, en zyne Zuster, de Prinses Charlotta.


28

 

 

N  A  S  C  H  R  I  F  T.


Na het afdrukken van het voorenstaande, ons van goederhand nog eenige byzonderheden, aangaande HENDRIK GERRITSZ. VAN BREDERODE ter hand gekomen zynde; hebben wy gedacht den Leezer geene ondienst te zullen doen; wanneer wy dezelve alhier, by wyze van Naschrift, mede deelen.
     HENDRIK GERRITSZ, op de Quelder, hier voren pag. 22. en op de Geslachtboom onder letter L. vermeld, in zyne landstreek, en by zyne bekenden, alomme genaamt JONKER HENDRIK VAN BREDERODE, is zoo wel als zyne Broeder PIETER GERRITSZ. en SYMEN GERRITSZ. (mede hier voren pag. 22 vermeld) by Acte, in dato 26 may 1773. uit hoofde van zyne geboorte, wettig en gerechtigt verklaard, tot het oefenen van de Jagt, in de Hout-vestery van Holland en Westvriesland.
     Hy is woonagtig na by de Helder, op een Duinstuk genaamt de Quelder duin, of by verkorting de Quelder; op welke Duin een Vogelkooy Quelderbeek genaamt, gelegen is: alwaar hy zig dan ook geneert met de vangst van Eendvogelen en Konynen.
     Behalven zyne Dogters, heeft hy nog twee Zoonen in leeven: de eene genaamt Gerrit, is hem uit zyn eersten Huwelyk, en de andere genaamd Pieter, uit zyn tweede

Hu-


29

 

 

Huwelyk geboren. De eerste woont aan het Nieuwe Diep by de Helder; en de ander, op een Duinstuk genaamt de Garst, mede na by de Helder gelegen, geneeren de zich aldaar met de Konynenvangst.
     Het zonderlinge van gemelden JONKER HENDRIK VAN BREDERODE is der moeite waardig, om hier aangetekend te worden; en bestaat onder veele andere zaaken, hier in: Dat zyn voorouders Landlieden geweest zynde, wiens vermogen dus niet toegelaten heeft, om hem eene zodanige opvoeding te geeven, als wel aan een Jonker, uit zulks een oud aanzienlyke geslachte als dat van BREDERODE, zoude gevoegt hebben; in zoo verre zelfs dat onze Jonker HENDRIK al vry verre in mannelyke jaaren was gevordert, zonder te kunnen leezen of schryven. Doch dit hem van tyd tot tyd hinderlyk zynde, heeft hy alle moeiten aangewend om, (vermits hy vry vér van andere menschen en gebuuren afwoont, en derhalven zich van geen meester konde bedienen,) door hulp van zyne huisgenoten, en het doen van een reisje naar Groenland in het Jaar 1741. zich in het leezen, schryven en cyferen bekwaam te maaken; waar in hy ook zoo wel geslaagt is, dat hy binnen weinigh tyd, leezen en schryven konde, het welk hem aanmoedigde, om, zoo veel zyn tyd toeliet, zich vlytig bezig te houden voornamelyk met het leezen en onderzoeken van de Heilige Schrift, en byzonder van de Boeken der Propheten. - Ondertusschen was zyne geduurige Speculatie om te ontdekken, wanneer,

en


30

 

 

en ter welker zaaken, de voorzeggingen by de Propheeten gedaan, plaats konden en moesten hebben. - Ten dien einde de eene Prophetie met de andere vergelykende, verkreeg hy eenigermaate, een beginsel van Tydrekening; welk beginsel hem al sterker en sterker aanspoorde om des aangaande meerder te weeten en te kunnen bepaalen. - Kennis gemaakt hebbende. met den bekenden grooten Tyd-Rekenaar Grebber, Schoolmeester aan den Oude Sluis in de Ryp, (van wien meer dan één werkjen, over de Tyd-Rekenkunde, het licht ziet,) wierd onze JONKER HENDRIK geholpen, om aan zyn verlangen te kunnen voldoen.
     Eindelyk is onze JONKER HENDRIK VAN BREDERODE, door gestadige studien in de Tyd rekening, zoo vér gevordert, dat hy van tyd tot tyd aan zyne goede vrienden en bekende, aanmerkelyke zaaken heeft voorspelt, die men vervolgens bevonden heeft door de uitkomst bevestigt te zyn.
     Men moet echter JONKER HENDRIK VAN BREDERODE niet aanmerken als een dweeper of geestgetuiger; verre van daar, maar zyne voorspellingen grondt hy altoos op de Heilige Schrift, en voornamelyk op de boeken der Propheten en de Openbaringe van Johannes. Zyne openhartige gulheid gaat zo ver, dat hy telkens by zyne voorspellingen 'er zyne gronden by opgeeft, en hoe de eene Prophetie, door hem, met de andere vergeleken wordt: hoe de woorden en zaaken by den eenen vermeld, duister schynende, by een

of


31

 

 

of meer van de andere Propheten, en in verdere boeken van de Heilige Schrift, weder worden opgeheldert, en in het licht gebracht: en alzoo de rechte inhoud en betekenis kan ontdekt en verstaan worden.
- Veeltyds voegd hy 'er by, dat wanneer ieder Mensch, en voor al de geletterden, de boeken er Propheten in de Heilige Schrift vervat, zoo vlytig als hy, bestudeerde; dat men dan veele zaaken, die nu als in het donker schuilen, zoude ontdekken.
     Tot een staaltjen van zyne Tyd rekenkunde, en zyn begrip van de Prophetien, zal het genoeg zyn alhier te melden, dat hy voor meer dan zes jaren geleeden, voorspelt (en by vervolg, altoos, met opgave van de texten, der Heilige Schrift, welken hem tot een' grondslag van zyne voorspelling gelegenheid hadden gegeeven, niet tegenstaande alle tegenwerpingen welke deeze of geenen maakten, heeft staande gehouden en bevestigt) dat op of omtrend het 40ste jaar des ouderdoms van den Heere Prince Erf-Stadhouder, veele woelingen in ons Land zouden zyn: dat Pruisschiche Troepen in ons Land zouden komen, en dat gemelde Heer Prince dan veel grooter gezag zoude bekomen, dan hy, ofte een zyner Voorzaten immer hadden gehad. - Men behoeft hier omtrend zich niet verder uit te laaten; dewyl aan een ieder bekend is, wat 'er in het gepasseerde jaar 1787 gebeurt is.
     Een tweede staaltjen van 's Mans voorspellingen zou men hier byvoegen; doch

waar


32

 

 

Waar van de tyd zal moeten leeren, in hoe verre de uitkomst daarvan, aan de voorspelling van onzen JONKER HENDRIK VAN BREDERODE, insgelyks door hem gegrond wordende op de Heilige Schrift, zal beantwoorden; bestaande die voorspelling hier in: Dat 'er binnen kort een Oorlog zal ontstaan, in welken vier voornaame Mogendheden zullen gemoeit zyn. en dat eene van die Mogendheden daar door zeer aanmerkelyk geknakt zal worden. Dat die Oorlog zal duuren tot in het jaar 1792, waarna ons Land in zulk een bloei zal komen als het nog ooit geweest is.

     Ziet daar dit weinige van JONKER HENDRIK VAN BREDERODE aangetekend; waar uit het zonderlinge van deezen man kan opgemaakt worden.

     Ik ondertekende verklaare: dat het vorenstaande de waarheid is; en mag wel lyden dat het achter het Geslacht-Register van BREDERODE wordt gedrukt.

HENDRIK VAN BREDERODE.
 

     Den 10 December,

           1788.

*

 

Copyright © 2016-2017 Rob Hubert, Alle rechten voorbehouden.
Joomla templates by a4joomla