Publicaties Werkgoep Brederode

Het verzamelen van gegevens over personen, waarvan op grond van hun naam of van andere aanwijzingen kon worden verondersteld, dat er een verwantschap met een van de takken van het geslacht Van Brederode zou kunnen bestaan, werd begin 1970 door de heren C, van Brederode, thans te Boskoop, K. Leijns te Amsterdam, en M.C. Visser te Haarlem, individueel, dus niet in samenwerking met anderen, begonnen. Door een collegiale bemiddeling ontstond een – naar later bleek – zeer vruchtbaar onderling contact, waarbij de heer J.T. van der Ham te Amsterdam als werkgroep-secretaris optrad.

Het onderzoek richtte zich uitsluitend op de z.g. niet-adellijke naamgenoten. De schrijfwijze van de naam – die door de tijden heen nogal bleek te wisselen – werd daarbij aanvaard zoals zij uit de stukken tevoorschijn kwam, mits een aantoonbaar verband met voor- en nageslacht hetzij zonder meer kon worden vastgesteld hetzij op grond van genoegzaam bijkomstig bewijs kon worden aangenomen. Met de laatste maatstaf werd uiteraard zeer kritisch gewerkt.

Voor het adellijk geslacht Van Brederode alsmede voor sommige bastaardtakken, die bekendheid hebben verworven, verwijzen de samenstellers naar de ruimschoots daaromtrent bestaande literatuur.

In het begin werd vanzelfsprekend nagegaan of er voor het beoogde doel reeds bestaande publicaties te vinden waren. In aanmerking daarvoor kwamen het uit 1788/1790 daterende boekje van Jacobus van den Toorn “Geslachtsboom van alle de Mannelijke nakomelingen uit het oud adellijk stamhuis der Heeren van Brederode, rustende op echte stukken, het getuignis der oude Kronijken en later Historien van ons Vaderland”, alsmede het boek van Jacobus Johannes van Brederode, boekhandelaar te Haarlem, getiteld “Het Geslacht Brederode’, Haarlem 1869. Deze geschriften werden uiteraard zeer kritisch bekeken. Tijdens het onderzoek kon echter veelvuldig worden geconstateerd, dat de destijds door Jac. Van den Toorn inzak de niet-adellijke Brederode ’s aan de oppervlakte gebrachte gegevens, voor zover die ook thans nog aan de in de archieven gevonden bewijzen konden worden getoetst, als juist moeten worden erkend. Het werk van Van den Toorn bleek m.a.w. in het algemeen een redelijk betrouwbare bron te zijn.
Wat het genoemde boek van J.J. van Brederode betreft blijken de gegevens omtrent de jongere generaties wel te kloppen, maar inzake de oudere geslachten bestaat dezerzijds gegronde twijfels aan de juistheid.

Drie van de zeven zoons (waaronder Walraven Dirksz.), die Dirk Walravensz. naliet, zijn erkend als afstammelingen uit den huize van Brederode door Walraven II, Heer van Brederode enz. bij “open brieven van maagtalen” (d.i. maagschap, verwantschap) dd. 6 juli 1501. Van den Toorn refereert aan dit document op blz. 20 van zijn boekje; de volledige tekst ervan alsmede van een aantal later gedateerde verklaringen van bloedverwantschap met de Van Brederode’s is opgenomen in het Vaderlandsche Woordenboek (35 delen) van Jacobus Kok, boek-handelaar te Amsterdam († 1788) en op deze website onder ‘artikelen – Opene brieven’.
Naar het voorkomt mag ervan worden uitgegaan, dat deze en dergelijke documenten waarvan de volledige tekst bewaard zijn gebleven, de facto hebben bestaan. Wat er met de oorspronkelijke stukken is gebeurt is een vraag, die op dit moment (nog) niet kan worden beantwoord.

 
Copyright © 2016-2017 Rob Hubert, Alle rechten voorbehouden.
Joomla templates by a4joomla